| |
De Welwitschia mirabilis, vernoemd naar zijn ontdekker Dr Friedrich Welwitsch, overleeft barre omstandigheden (droogte) en kan enorm oud worden. Er zijn exemplaren waarvan men schat dat ze 1500 tot 2000 jaar oud zijn; in het Zuid Afrikaans wordt deze plant tweeblaarkanniedood genoemd.
De plant heeft inderdaad twee bladeren die aan de basis doorgroeien en aan de top langzaam afsterven; vaak lijken het er meer dan twee te zijn, doordat de bladeren door de wind scheuren. Naarmate de plant ouder wordt, ontwikkelt ze een tolvormige stam en worden de bladeren steeds breder.
Deze plant komt alleen in de Namib Desert in Namibië en Angola voor (in het gebied waar mist kan ontstaan) en kan daar overleven doordat het via de huidmondjes in de bladeren vocht kan opnemen. Die huidmondjes blijven openstaan totdat de mist is opgetrokken. Een klein deel van het water dat condens op de bladeren vormt, wordt opgenomen. Zodra het heter wordt sluiten de huidmondjes om verdamping te voorkomen.
De plant is tweehuizig en bij de bestuiving zijn insecten betrokken. De kever Probergrothius sexpunctatis wordt in dit verband vaak vermeld. De plant groeit traag en veel planten worden door verzamelaars verwijderd. Daardoor is de plant in bepaalde gebieden bijna niet meer aanwezig. In Angola heeft de plant wat minder te vrezen van verzamelaars; daar liggen nogal wat landmijnen.
In de Hortus Botanicus Amsterdam staat deze plant in de woestijnkas.
Bron tekst: website Hortus Botanicus Amsterdam & Wikipedia (december 2015). |